VVD schaft Rotterdamse hondenbelasting af

De Rotterdamse hondenbezitter viert feest! In de Maasstad behoort de hondenbelasting sinds vandaag namelijk tot het verleden. Na een jarenlange kruistocht van VVD-burgerlid Pascal Lansink-Bastemeijer is het dan eindelijk gelukt om het stadsbestuur ervan te overtuigen een einde te maken aan deze nutteloze belasting. ‘In de prullenmand ermee. Dat heb ik altijd al gezegd,’ laat de dolgelukkige VVD’er weten. ‘De hondenbelasting is misschien wel de meest overbodige vorm van bureaucratie die ik ooit ben tegengekomen. Het is dan ook fantastisch dat hier korte metten mee gemaakt is.’ 

Tijdens de behandeling van de Voorjaarsnota, een tussentijds overzicht van het lopende begrotingsjaar, diende liberaal Lansink-Bastemeijer de motie Woef-belasting in waarmee een einde werd gemaakt aan de onnodige heffing. Lansink-Bastemeijer: ‘In Rotterdam betaalde je voor een eerste hond jaarlijks 102,20 euro en voor elke volgende hond 161,80 euro. Met dergelijke bedragen jaag je mensen onnodig op kosten. Daarnaast zijn de afgelopen jaren al 131 gemeenten met deze belachelijke heffing gestopt. Het is helemaal geweldig dat Rotterdam – in navolging van gemeenten als Amsterdam, Delft, Den Helder, Leiden en Ridderkerk – zich eveneens aan deze lange lijst van gemeenten mag voegen.’  

Dat het afschaffen van de hondenbelasting Lansink-Bastemeijer aan het hart gaat, bleek eerder dit jaar toen de liberaal de website www.stopdehondenbelasting.nl oprichtte. Binnen mum van tijd meldden honderden hondenbezitters zich bij de VVD’er om hun steun voor zijn initiatief te betuigen. De kans dat de hondenbelasting nog een lang leven beschoren was, was sowieso erg onzeker. Begin vorig jaar gaf minister Plasterk (Binnenlandse Zaken) namelijk al aan dat hij het moeilijk te verklaren vindt dat de hondenbelasting nog steeds bestaat. Lansink-Bastemeijer: ‘Als de gemeentelijke belastingen worden herzien, is dat volgens Plasterk een goed moment om te kijken of hondenbezitters nog belast moeten worden voor hun huisdier. Het was dus slechts een kwestie van tijd. En die tijd is in Rotterdam gelukkig al wat eerder gekomen. En eerlijk is eerlijk, waarom zou je Rotterdammers onnodig op kosten jagen.’