Opinie: (A)sociaal ondernemen

Als liberaal vind ik elke ondernemer sociaal. Iedere ondernemer draagt namelijk op zijn of haar manier bij aan de maatschappij. Toch is er tegenwoordig een specifieke groep die het label ‘sociaal ondernemer’ krijgt. Dit zijn ondernemers die een maatschappelijke doelstelling zoals duurzaamheid of sociale cohesie nastreven en niet alleen financiële winst. Daarom heeft wethouder Struijvenberg (Leefbaar Rotterdam) in Rotterdam een actieplan opgesteld voor deze, volgens hem, bijzondere groep ondernemers. Onderdeel van dit plan is het geven van subsidies om deze ondernemingen start- of doorgroeikapitaal te geven. Daarnaast wil de wethouder deze bedrijven helpen door als eerste hun product of dienst af te nemen. Want, zo redeneert de wethouder, deze ondernemingen hebben een beter doel dus verdienen zij extra steun vanuit de gemeente. De gemeente beslist op deze manier welke ondernemingen in de stad sociaal zijn. Zijn andere ondernemingen dan asociaal? Gemeentelijk beleid dat onderscheid maakt tussen ondernemers in de stad vind ik juist asociaal.

Mag een gemeente ons belastinggeld geven aan bedrijven die ondernemen op basis van morele intenties? Volgens de criteria van de wethouder is Tony Chocolonely een sociale onderneming omdat zij chocolade op een duurzame wijze produceren. Maar waarom vindt de wethouder dit bedrijf socialer of beter dan de kroeg op de hoek? Daar werkt de eigenaar ieder weekend keihard en zorgt ervoor dat de hele buurt gezellig naar Feyenoord kijkt. Dit is ook sociale cohesie, maar blijkbaar niet sexy genoeg voor de wethouder. Ik vind niet dat de overheid onderscheid kan en mag maken tussen doelstellingen van ondernemers. Daarnaast hebben we al een systeem uitgevonden dat de toegevoegde waarde van producten en diensten beoordeeld: de markt. Goede ideeën hebben geen subsidie nodig om een succes te worden.

Kwalijk is dat de wethouder deze zogenaamde ‘sociale’ ondernemingen voorrang wil geven bij aanbestedingen en dat de gemeente middels een platform zelfs de marketing voor deze ondernemingen op zich gaat nemen. Als u dus een hardwerkende ondernemer bent die wel winst maakt, dan moet u zelf maar voor de marketing zorgen. De gemeente kunt u ook niet meer benaderen met uw diensten omdat u te succesvol bent. Voor de inwoners van Rotterdam betekent dit dat dit college niet meer gaat kijken welk bedrijf het beste opdrachten kan uitvoeren tegen een zo scherp mogelijke prijs, maar welk bedrijf moreel superieur is. En als de kwaliteit dan minder wordt? Dan was de intentie in ieder geval ‘goed’ en ‘sociaal’.

Voor mij is uiteindelijk elke ondernemer sociaal. Een goed idee beantwoord aan een vraag vanuit de samenleving en wordt beloond door de markt. Een status aparte is nergens voor nodig.

Simon Becker

Raadslid voor de Rotterdamse VVD