Hoekse Lijn: onvoldoende regie en gebrekkige organisatie

Een wethouder die er onvoldoende bovenop heeft gezeten en een gemeentelijke organisatie die forse steken heeft laten vallen. Dat zijn de twee belangrijkste conclusies uit het zojuist verschenen rapport over het miljoenendebacle rondom de Hoekse Lijn. ‘Dat er bij zo’n project zo weinig sturing is, kan gewóón niet waar zijn,’ concludeert VVD-raadslid Pascal Lansink-Bastemeijer op basis van het rapport. ‘Een project van 350 miljoen euro, daar hoor je als college bovenop te zitten. Vragen, doorvragen en niet alles voor zoete koek aannemen.’ 

De planning rondom de Hoekse Lijn was ambitieus, maar haalbaar. Ook was de begroting vooraf getoetst en in orde. Hoewel het project bij aanvang al enkele tegenslagen kende (software voor spoorbeveiliging niet op tijd klaar, kabels aangetroffen die niet op de kaart stonden, asbest in de portalen), had de enorme uitloop in tijd en geld beperkt kunnen worden. Lansink-Bastemeijer:

‘Eind 2016 deed de projectleider van de Randstadrail al een onderzoek naar de gang van zaken met betrekking tot de Hoekse Lijn. Het rapport was vernietigend, hij luidde dan ook de noodklok. Het rapport werd echter niet meteen met de wethouders of het college gedeeld. Zelfs toen het rapport begin 2017 – twee maanden later – bij de wethouder lag én zelfs na een alarmerende mail van de directeur van de RET, werd de noodzaak blijkbaar niet gevoeld om het rapport open te slaan. Hoe heeft dit mogelijk kunnen zijn?’  

Het project Hoekse Lijn is gericht op het ombouwen van de spoorlijn naar Hoek van Holland van een treinverbinding naar een metroverbinding. Dankzij de aansluiting krijgen alle stations van metrolijn B, die begint aan het strand van Nesselande, een rechtstreekse verbinding met het strand van Hoek van Holland. Aanvankelijk zou de verbinding vijf maanden uit dienst zijn: vanaf begin april tot en met augustus 2017. Nadat in juli 2017 al een vertraging van een aantal maanden was gemeld, stelde het college op 24 oktober 2017 opnieuw een vertraging vast. Nog diezelfde dag stuurde het college echter een brief aan de gemeenteraad waarin werd beweerd dat de metrolijn wél in februari 2018 klaar zou zijn.

‘Dat is onbestaanbaar,’ stelt Lansink-Bastemeijer. ‘De gemeenteraad behoort juist geïnformeerd te worden, desnoods geheim. Dat dit niet gebeurd is, is een kwalijke zaak. Voor vele duizenden forenzen is dit om ronduit chagrijnig van te worden. Zij zijn dag in dag uit soms wel twee uur langer onderweg nu zij gebruik moeten maken van vervangend busvervoer. Het is de hoogste tijd dat zij snel en comfortabel van A naar B kunnen reizen.’